Dat deed me denken aan de jazzstandard 'Now's the time' van Charlie Parker, de legendarische saxofonist die in de jaren '40 zo invloedrijk is geweest in de ontwikkeling van de bebop, een speciale stijl van jazzimprovisatie.
Charlie Parker was een fenomenaal instrumentalist. Het idee wil nog wel eens postvatten dat er voor improvisatie geen oefening nodig is.... het ontstaat toch op het moment zelf? Charlie Parker liet zien dat niets minder waar is. Hij studeerde zich suf op toonladders van ontelbare soorten, en zogenaamde 'arpeggio's' over net zo ontelbaar veel akkoorden. Door die voortdurende studie, en het daarmee gepaard gaande inzicht in de theoretische kant van muziek, verwierf Parker zoveel technische en muzikale vaardigheden dat hij op de momenten van zijn improvisaties enorm flexibel was, en iedere kan op kon die hem inviel. Zijn spel is dan ook virtuoos en ongelooflijk genuanceerd.
Now's the time is eigenlijk gewoon een blues, volgens het bekende schema dat 12 maten lang is. Bijvoorbeeld in C zou je dan de akkoorden spelen:
C | C | C | C | F | F | C | C | G | F | C | C :||
En dat wordt dan eindeloos herhaald. Niks ingewikkelds aan, helemaal als je gemiddelde bebop-nummers bekijkt.
De oorspronkelijke, nogal opgefokte versie werd opgenomen in 1945. Na een korte inleiding en het melodietje een aantal keren op sax krijgen achtereenvolgens de sax (Charlie Parker), de piano (Sadik Hakim), de bas (Curley Russell) en drums (Max Roach) een solo, waarna het nummer afgesloten wordt met een laatste rondje de oorspronkelijke tune.
Er is ook een versie die een veel relaxter is. Naast Parker blaast ook Miles Davis een partijtje mee.
Hier leeft Chubby Checker zich uit. Je hoort het melodietje van Parker in het refreintje.
Tot morgen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten